Wouter Daniëls over de rol van patiëntenorganisaties bij klinisch onderzoek

“Voor patiëntenverenigingen is het heel belangrijk dat ze gehoord worden.”

Voldoende mensen vinden voor een clinical trial is zo eenvoudig nog niet. Daarom is het belangrijk te weten waaróm mensen niet mee willen doen. “Ik kan gissen dat het de placebo-gerelateerde opzet is. Een arts kan de inschatting maken dat het onderzoek te intensief is. Maar alleen de patiënt zelf kan ons de waarheid vertellen.” Dat is een van de redenen waarom Clinical Operations Lead Wouter Daniëls steeds meer contact zoekt met patiëntenorganisaties. Hij legt uit wat dit de patiënten oplevert.

Waarom ben je contact gaan zoeken met patiëntenverenigingen?

“Ongeveer 1,5 jaar geleden is vanuit ons hoofdkantoor het initiatief ontstaan om meer met patiëntenverenigingen samen te werken voor klinisch onderzoek. Het is niet nieuw en andere farmaceuten deden het ook al, maar wij nog niet. Onderzoeken worden steeds veelomvattender. De uitdaging om voldoende deelnemers aan het onderzoek te vinden is steeds groter. Werving van patiënten is de grootste reden voor vertraging van studies. Sommige trials worden zelfs vroegtijdig gestopt door een gebrek aan deelnemers. Dat willen we natuurlijk voorkomen. Want zonder onderzoek kunnen we geen medicijnen voor patiënten ontwikkelen.”

Sommige trials worden zelfs vroegtijdig gestopt door een gebrek aan deelnemers.

Zijn er studies waarvoor patiënten wel staan te springen?

“In de oncologie is het vaak makkelijker mensen te vinden, hoewel dat ook steeds lastiger wordt. Meedoen aan een clinical trial is voor mensen die uitbehandeld zijn vaak nog hun enige kans. Ook voor studies naar diabetes type 2 is het nog wel te doen. We hebben in Nederland een miljoen mensen met deze vorm van diabetes. Bij andere indicaties is het gewoon lastig. Vooral omdat een indicatie soms heel specifiek is. Of omdat patiënten aan veel voorwaarden moeten voldoen. We hebben bijvoorbeeld een studie lopen waarbij mensen heel vaak naar het ziekenhuis moeten komen voor een reeks intensieve onderzoeken. Deze mensen werken en leiden een druk sociaal leven. Als er dan al bepaalde middelen op de markt zijn, staan ze niet te springen om mee te doen.”

Met welke vraag klop je aan bij patiëntenorganisaties?

“Ik ga in overleg met een patiëntenvereniging om ze te betrekken bij het onderzoek. Dit is het onderzoek, hoe denken jullie daarover? Wat zou een barrière zijn, is het haalbaar of niet? En kunnen we het makkelijker of begrijpelijker maken voor jullie leden, de patiënten? Bij patiëntenverenigingen werken vaak mensen die zelf patiënt zijn, of mensen in hun nabije omgeving hebben die patiënt zijn. Daardoor kunnen ze het onderzoek voorzien van waardevolle inzichten. Zit je nog vroeg in de opstart van een trial, dan kun je die na zo’n gesprek aanpassen. In een later stadium is dat veel lastiger.”

Hoe bereidwillig zijn verenigingen om samen te werken?

“Ik had het eerlijk gezegd niet verwacht dat ze zo open zouden staan voor samenwerking. Op dit moment heb ik met drie verenigingen intensief contact en ze zijn heel benaderbaar. Zolang je goed uitlegt wat je wilt en wat je doet, zijn ze echt bereid mee te denken.”

"Ik had het eerlijk gezegd niet verwacht dat patiëntenverenigingen zo open zouden staan voor samenwerking."

Wat kun je van de patiëntenverenigingen leren?

“Na het aftasten van elkaars verwachtingen, laten we de verenigingen dus vooral meekijken naar de haalbaarheid van studies. Zij kennen de mogelijke barrières van patiënten om mee te doen. Reis- en tijdvergoedingen zijn bijvoorbeeld vaak niet het grootste bezwaar. Fysieke belasting weegt zwaarder. Omdat we dubbelblind testen is de kans ook aanwezig dat je een placebo krijgt. Dan zijn mensen soms ook minder snel genegen mee te doen. Ze willen er tenslotte verder mee komen in hun ziekte.”

Loop je aan tegen verschillen in professionaliteit tussen verenigingen?

“Natuurlijk verschilt de organisatie per vereniging sterk. De ene vereniging is relatief klein en wordt geleid door vrijwilligers die ook patiënt zijn. Dit doen ze vaak naast hun reguliere baan. Andere verenigingen zijn groter en worden bijna geleid als professioneel instituut. En soms zijn het ook enkelingen die de kar trekken. Dat vergt steeds een andere benadering. Ook omdat de expertise verschilt. Heel verschillende gesprekken voer je dan.”

Wat levert de samenwerking de verenigingen op?

“Voor patiëntenverenigingen is het heel belangrijk dat ze gehoord worden. Dat ze mee kunnen praten over klinisch onderzoek. Dat willen ze heel graag. Laatst zei iemand: je brengt de studies naar ons toe en geeft ons de kans een onderzoek te verbeteren en sneller uitvoerbaar te maken. Waardoor er meer kans is op een betere toekomst. Dat is mooi om terug te horen. Daarnaast proberen we de verenigingen ook te helpen. Bijvoorbeeld door een bijeenkomst te sponsoren of te helpen organiseren. Of door onze expertise te delen. We hebben de jaarlijkse bijeenkomt van een patiëntenvereniging gesponsord. Een andere vereniging gaan we helpen met de ontwikkeling van hun website. Specifiek bij een indicatie waar we onderzoek naar doen.”

Wat doet clinical operations?

De afdeling clinical operations houdt zich met ongeveer 25 personen bezig met de uitvoering van klinisch onderzoek voor Boehringer Ingelheim. Clinical Operations Lead Wouter Daniëls: “Het team dat ik aanstuur bestaat naast assistenten uit mensen die nieuwe onderzoeken opzetten, mensen die de onderzoeken ter goedkeuring indienen bij de bevoegde instanties en mensen die artsen selecteren in het ziekenhuis. Ook stellen we budgetten en contracten op. Sommige projectmanagers werken regionaal aan onderzoeken die in meerdere landen in onze regio lopen. Onze global trial managers sturen wereldwijde studies aan.”