Uiergezondheid

Hoe denkt de Nederlandse veehouder over mastitisbehandeling?

Uit een studie in Nederland blijkt dat 80% van de milde mastitisgevallen wordt veroorzaakt door een gram positieve bacterie. Dit soort mastitisgevallen is goed te behandelen met een eerstekeus antibioticum. Doen Nederlandse veehouders dit al? Lees hier de resultaten van de enquête over mastitis.

Graag willen we alle veehouders bedanken die meegedaan hebben aan onze enquête. Binnenkort ontvangt u allen een bericht om een presentje toegestuurd te krijgen. Onder de respondenten is ook een hoofdprijs verloot. De winnaar hiervan is al op de hoogte gebracht.

Van harte gefeliciteerd!

Hoe denkt de Nederlandse veehouder over mastitisbehandeling? Steeds meer veehouders gebruiken eerstekeus antibiotica. Een steekproef onder de Nederlandse veehouders wijst uit dat de helft van de veehouders al in meer dan 60% van de mastitisgevallen een eerstekeus antibioticum inzet.

Het streven is dat alle veehouders een eerste keus inzetten bij milde (graad 1 en 2) mastitis gevallen. 80% van mastitisgevallen wordt namelijk veroorzaakt door een gram positieve bacterie. En deze mastitisgevallen zijn prima te behandelen met een eerstekeus antibioticum. Het kenmerk van eerstekeus middelen is dat zij alleen tegen gram positieve bacteriën werken. Dit wordt smalspectrum genoemd. Tegen gram negatieve bacteriën werken zij niet of minder goed. Dat is niet erg, want in de overgrote hoeveelheid van de mastitisgevallen is de veroorzaker een gram positieve bacterie. Door een smalspectrum antibiotica in te zetten houden we de breedwerkende middelen achter de hand voor de gevallen waarin deze echt nodig zijn. Dit zijn ernstige (graad 3) mastitisgevallen of mastitis veroorzaakt door gram negatieve bacteriën. Zo voorkomen we dat middelen te veel worden ingezet voor bacteriën waarvoor ze niet nodig zijn.

Behandelduur Ook de lengte van een antibioticabehandeling is belangrijk. De behandelduur kan effect hebben op de genezing van de koe. Op de bijsluiter van een middel staat hoe lang er behandeld moet worden en ook op het bedrijfsbehandelplan wordt dit aangegeven. Bij onvoldoende resultaat mag een herhalingsbehandeling worden ingesteld. Als we veehouders uit de steekproef vragen naar de behandelingsduur van milde (graad 1 of 2) mastitis, blijken de antwoorden nog wel verschillend te zijn.

42% van de ondervraagden behandelt 3 dagen achter elkaar. Een even groot percentage van de veehouders behandelt 3 keer om de dag en heeft dus heeft een behandelingsduur van 6 dagen. Er is een ook deel van de veehouders die 4 of 5 dagen behandelt, zo blijkt uit de antwoorden.

Op de bijsluiter van een middel staat hoe lang er behandeld moet worden. De behandelduur die veehouders in de praktijk toepassen, is meestal afhankelijk van de koe en hoe snel haar mastitisklachten verminderen. Dit wordt vaak gebaseerd op hoe de melk eruitziet en of er nog vlokjes zichtbaar zijn. Er zijn middelen beschikbaar met een flexibele behandelingsduur op de bijsluiter. Afhankelijk van de genezing van de koe kan na 3 dagen een verlenging van 1 of 2 dagen worden ingesteld. Dit verklaart de antwoorden van 4 of 5 dagen. Een flexibele behandelingsduur stelt veehouders in staat om per koe te bepalen wat nodig is. Met deze nieuwe inzichten in de behandeling van mastitis houden we onze antibiotica werkzaam in de toekomst en geven we de koe de zorg die ze verdient. Zet u ook in op een eerstekeus behandeling?