Infectieziekten

Wormen en weiden, wat is wijsheid?

Melkveehouders, schapenhouders en iedereen met grazend vee opgelet: hoe groot is de wormbesmetting op uw weides? Binnenkort begint het weideseizoen en na enkele weken weiden kan de wormbesmetting onder het vee snel oplopen. Om groeivertraging en ziekte te voorkomen is het zaak vinger aan de pols te houden. Maar waar moet je naar kijken en wat is wijsheid? We geven een aantal tips.

Wormen

Verschillende wormen kunnen voor problemen zorgen bij herkauwers. De belangrijkste die we onderscheiden zijn de maagdarmworm en de longworm. Bij schapen zijn de rode lebmaagworm (Heamonchus) en de voorjaarsworm (Nematodirus) de bekendste. Bij rundvee denken we bij maagdarmwormen voornamelijk aan Ostertagia. Longwormen worden vaak ontdekt aan de hand van de typische klacht ‘hoesten’. Maagdarmwormen houden zich, zoals de naam al zegt, voornamelijk op in het maagdarmkanaal. De klachten die ze veroorzaken zijn dan ook minder goed zichtbaar. Bij kalveren, pinken en lammeren zijn de tekenen van een wormbesmetting het meest zichtbaar:

  • Dof haarkleed
  • Verminderde eetlust en vermagering
  • Verminderde weerstand
  • Soms ook diarree

Wormbestrijding is een manier om schade te voorkomen. Het is geen doel op zich. Het is niet nodig om een 100% wormvrije leefomgeving na te streven. Dat is ook onhaalbaar en daarmee gaan we verkeerd om met deze parasieten. Een lichte wormbesmetting is juist goed. Het dier bouwt dan zelf weerstand (immuniteit) op. Wat we echter moeten voorkomen is dat de besmettingsgraad zover oploopt dat het tot problemen leidt. Daar zijn verschillende methoden voor.

Weiden

Weidemanagement is een heel belangrijke factor in het beteugelen van de besmettingsgraad. Concrete tips zijn:

  • Om de 3 weken omweiden, tijdens warme dagen liefst elke twee weken.
  • Niet te snel terugkeren naar een eerder beweid perceel, laat een perceel liefst 3 maanden onbeweid.
  • Laat geen verschillende leeftijdsgroepen vlak na elkaar op een perceel lopen.

Deze tips zijn vrij goed bekend, maar zeker niet altijd goed uitvoerbaar. Alles hangt af van de grootte van uw perceel, het weer, de groei van het gras en andere praktische zaken. Ondanks alle goede bedoelingen komt het dan ook vaak voor dat een te hoge wormdruk niet te vermijden is. Gelukkig zijn wormen goed op te sporen en te behandelen. De wijsheid zit hem dus ook in het onderzoeken en testen van de besmettingsgraad.

Wat is wijsheid? Er zijn verschillende manieren om de mate van wormbesmetting te meten. De manier die je kiest, zal afhangen van de diersoort en de leeftijd van de dieren. Bij melkgevende koeien is het nemen van een tankmelkmonster een makkelijke manier om de afweerstoffen tegen wormen te meten. De hoeveelheid antistoffen (de hoogte van de ODR op de uitslag) zegt iets over de besmettingsgraad en daar komt een advies over wel of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken uit. Bij jonge dieren of niet-melkgevende dieren is een mestmonster een goede meetmethode. Uit de mest worden de aantallen uitgescheiden wormeitjes geteld en ook deze geven aan hoe hoog de besmettingsgraad is. Als dan blijkt dat er een hoge besmetting is, of wanneer er klinische klachten gezien worden, kan de dierenarts een ontworming voorschrijven. Dat kan Eprinex® Multi zijn, een pour-on ontworming die gebruikt mag worden bij zowel runderen als schapen en geiten. De behandeling over de rug gaat vlot en gemakkelijk: zie filmpje.

Zinvol behandelen Om de ontwormingsmiddelen die er zijn beschikbaar te houden in de toekomst, is het belangrijk de middelen correct en op de juiste momenten te gebruiken. Tips voor een succesvolle wormenbestrijding:

  • Wormenbestrijding begint bij een goed weidemanagement: regelmatig omweiden en het gescheiden houden van jonge dieren en volwassen dieren remt de ontwikkeling van een wormbesmetting.
  • Doe regelmatig checks hoe het gesteld is met de wormbesmetting bij uw dieren. Dit kan eenvoudig door mestonderzoek, of bij melkkoeien door tankmelkonderzoek.
  • Geeft de uitslag aanleiding tot behandelen? Selecteer dan de juiste dieren voor behandeling en administreer welke dieren u heeft behandeld. Als u twijfelt aan de werking van het middel, kunt u 10 tot 14 dagen na behandeling mest laten onderzoeken.
  • Zorg voor een juiste dosering: gebruik meetlinten of weegschalen voor een correcte inschatting van het gewicht.
  • Volg altijd de bijsluiter en het advies van uw dierenarts op.
  • Zorg voor een correcte toepassing: gebruik de bij het product geleverde doseerspuiten.